Sperma-onderzoek

Het onderzoek van spermastalen gebeurt in ons klinisch laboratorium en wordt ook wel semenanalyse genoemd. De behandelende arts bepaalt welke testen er moeten gebeuren op het spermastaal en duidt deze aan op het aanvraagformulier.

Waarom een sperma-onderzoek?

In geval van vruchtbaarheidsproblemen kan de gynaecoloog beslissen om over te gaan tot IUI (intra-uteriene inseminatie), waarbij zaadcellen rechtstreeks in de baarmoeder worden ingebracht. Bij deze procedure behandelen we het sperma eerst in het labo om zo de meest kwalitatieve zaadcellen te kunnen inbrengen. Dit proces wordt capacitatie genoemd. 

Na een sterilisatie (vasectomie) moet het sperma onderzocht worden op de aanwezigheid van zaadcellen om te controleren of de ingreep is gelukt.

Vooraleer een staal af te nemen moet je je eerst aanmelden op het secretariaat van het laboratorium. Je brengt de aanvraag van de arts mee zodat we over de nodige administratieve gegevens beschikken. Na het maken van een afspraak krijg je het juiste afnamemateriaal mee naar huis.

Vruchtbaarheids- of fertiliteitsonderzoek

Bij een routineanalyse worden volgende parameters bepaald op het spermastaal:

  • volume van het spermastaal
  • aantal zaadcellen (concentratie)
  • bewegelijkheid van de zaadcellen (motiliteit)
  • vorm van de zaadcellen (morfologie)
  • vitaliteit van de zaadcellen: hoeveel procent levende zaadcellen zitten er in het spermastaal
  • antilichamen aangemaakt tegen de eigen zaadcellen in een MAR-test (Mixed Antiglobulin Reaction test).
  • aanwezigheid van witte bloedcellen

Je kan een spermastaal binnenbrengen in het klinisch labo voor vruchtbaarheidsonderzoek elke weekdag tussen 8.00 en 12.00 uur in het klinisch laboratorium (met uitzondering van feestdagen).

Capacitatie

Capacitatie is een natuurlijk proces dat de zaadcellen doormaken als zij het baarmoederhalsslijm passeren. Er gebeuren voornamelijk veranderingen in het bewegingspatroon van de zaadcellen en er treden fysiologische veranderingen op de best bewegende zaadcellen. Vermits de zaadcellen tijdens een fertiliteitsbehandeling nooit doorheen het baarmoederhalsslijm opzwemmen, gebeurt deze stap in het laboratorium via spermaselectie door gradiëntcentrifugatie. Tijdens deze voorbereiding wordt nagegaan hoeveel bewegende zaadcellen kunnen geïsoleerd worden uit het spermastaal. Dit zal mee bepalend zijn in het plannen van een fertiliteitsbehandeling.

Het gecapaciteerde staal wordt ter beschikking gesteld ongeveer anderhalf uur na afgifte. De gynaecoloog wordt verwittigd zodra het staal klaar is.

De afnameprocedure is net dezelfde als voor een fertiliteitsonderzoek. Het afnamemateriaal ontvang je bij het maken van de afspraak.

Belangrijk is dat de man eerst een bloedonderzoek laat doen naar het opsporen van seksueel overdraagbare ziekten. Dit onderzoek vindt maximum 7 dagen voor inseminatie plaats en dus niet op de dag van de inseminatie zelf.

Controle na sterilisatie

Om te controleren of de sterilisatie of vasectomie succesvol gebeurd is, wordt er nagegaan of er zich nog zaadcellen in het sperma bevinden. Hiervoor breng je het staal binnen het uur na afname naar het klinisch laboratorium in het ziekenhuis.

Op het potje noteer je je naam, geboortedatum, alsook het moment van de afname (datum en tijd). Dit geef je rechtstreeks op het laboratorium af, samen met de door de arts ondertekende aanvraag.

Je kan een spermastaal binnenbrengen voor deze controle elke weekdag tussen 8.00 en 17.00 uur in het klinisch laboratorium (met uitzondering van feestdagen).

Richtlijnen die je moet hanteren voor het bekomen en het afgeven van het spermastaal:

  • Het staal wordt afgenomen na minimum 3 dagen en maximum 5 dagen onthouding.
  • Indien je een potje met transportvloeistof hebt ontvangen, bewaar je dit maximaal 24 uur in de koelkast. De avond vóór afname zet je het op kamertemperatuur. Een halfuur vóór de afname plaats je het potje met vloeistof gedurende 30 minuten op lichaamstemperatuur (onder de trui of in de broekzak). Je moet het staal sperma in deze vloeistof opvangen.
  • Na urineren worden de handen en genitaliën gewassen en afgedroogd om bacteriële besmetting te beperken.
  • Het staal wordt afgenomen via masturbatie en rechtstreeks en VOLLEDIG in het meegegeven staalpotje opgevangen.
  • Voorzie het potje van jouw naam, geboortedatum, datum en tijd.
  • Het staal moet na afname zo vlug mogelijk naar het labo worden gebracht (het staal moet op het labo toekomen maximum een half uur na afname) en wordt in die tussentijd warm bewaard (lichaamstemperatuur, vb. onder de trui of in de broekzak) en ook zo naar het labo gebracht. (Geef het staal niet af aan het onthaal van het ziekenhuis!) 
  • Het staal wordt afgegeven aan de medewerker van het labo samen met de aanvraag.
  • De nodige administratieve gegevens worden ingevuld.