Hartfalen is een aandoening waarbij het hart er niet meer in slaagt om voldoende bloed door het lichaam te pompen. Daardoor krijgen organen en spieren minder zuurstof en voedingsstoffen dan ze nodig hebben. Dat kan leiden tot klachten zoals kortademigheid, vermoeidheid, vochtophoping in de benen of enkels, snelle gewichtstoename door vocht, minder eetlust of een verminderd inspanningsvermogen.
Zorg voor hartfalen
Hoewel hartfalen vaak als één aandoening wordt benoemd, is het ziektebeeld niet bij iedereen hetzelfde. Zeker bij vrouwen kan hartfalen zich anders ontwikkelen, anders aanvoelen en soms ook later herkend worden. Dat maakt kennis over hartfalen bij vrouwen belangrijk: niet alleen voor artsen en zorgverleners, maar ook voor patiënten en hun omgeving.
In ons ziekenhuis is hartfalen al langer een belangrijk aandachtspunt binnen de dienst cardiologie. Ons hartfalenteam bestaat uit gespecialiseerde cardiologen en verpleegkundigen om patiënten op te volgen. Daarbij ligt de nadruk op tijdige herkenning, correcte diagnose, aangepaste behandeling en goede opvolging, ook na een ziekenhuisopname.
Waarom lopen vrouwen een ander risico?
Bij hartfalen denken veel mensen aan een hart dat “te zwak” pompt. Dat kan inderdaad het geval zijn. Artsen spreken dan vaak over hartfalen met verminderde pompfunctie. Maar er bestaat ook een vorm waarbij de knijpkracht van het hart relatief bewaard blijft. Deze vorm zien vaker bij vrouwen. De hartspier is dan stijver, waardoor het hart minder goed ontspant en zich minder goed vult. Daardoor kan er toch stuwing ontstaan, bijvoorbeeld in de longen, met kortademigheid of sneller vermoeid zijn als gevolg.
Het risico op hartfalen wordt mee bepaald door klassieke risicofactoren zoals hoge bloeddruk, diabetes, overgewicht, roken, nierproblemen en eerdere hart- en vaatziekten. Toch zijn er bij vrouwen ook enkele specifieke factoren die extra aandacht vragen.
Zo kunnen bepaalde verwikkelingen tijdens de zwangerschap later iets zeggen over het cardiovasculaire risico. Denk bijvoorbeeld aan zwangerschapsvergiftiging, zwangerschapsdiabetes of hoge bloeddruk tijdens de zwangerschap. Ook de overgang speelt een rol. Na de menopauze verandert de hormonale bescherming geleidelijk, waardoor het risico op hart- en vaatziekten toeneemt. Dat betekent niet dat elke vrouw met zo’n voorgeschiedenis hartfalen zal krijgen, maar het is wel belangrijk dat artsen die informatie meenemen in de bredere beoordeling van het risico. Een goede medische voorgeschiedenis blijft dus belangrijk, ook jaren na een zwangerschap of na de menopauze.
Klachten kunnen subtiel zijn
Hartfalen kan zich duidelijk tonen, maar soms zijn de signalen vaag. Kortademigheid bij inspanning, sneller vermoeid zijn, dikke enkels, minder goed plat kunnen liggen, nachtelijk hoesten of plots meer gewicht door vochtophoping zijn klachten die op hartfalen kunnen wijzen.
Bij vrouwen kunnen klachten soms minder typisch of minder uitgesproken zijn. Vermoeidheid of verminderd uithoudingsvermogen worden dan gemakkelijk toegeschreven aan stress, leeftijd, slaaptekort, overgewicht of een gebrek aan conditie. Dit zorgt voor uitstel van de diagnose. Net daarom is het belangrijk om veranderingen in het lichaam ernstig te nemen. Wanneer dagelijkse activiteiten plots meer moeite kosten, kortademigheid toeneemt of vochtophoping zichtbaar wordt, is verder onderzoek aangewezen.
De diagnose vraagt een brede blik
Onze cardiologen kunnen verschillende onderzoeken uitvoeren om hartfalen op te sporen of beter in kaart te brengen. Denk aan een elektrocardiogram, echocardiografie, inspanningstest, holtermonitoring of een bloeddrukmeting over 24 uur.
Voor hartfalen bij vrouwen is die brede blik extra belangrijk. De diagnose draait niet alleen om één cijfer of één onderzoek. De cardioloog bekijkt het geheel: klachten, voorgeschiedenis, risicofactoren, lichamelijk onderzoek, bloedonderzoek, beeldvorming van het hart en de evolutie doorheen de tijd.
Niet enkel medicatie, maar opvolging op maat
De behandeling van hartfalen hangt af van de oorzaak, het type hartfalen, de ernst van de klachten en de algemene gezondheidstoestand. Medicatie speelt vaak een belangrijke rol. Daarnaast zijn opvolging, aanpassingen van de levensstijl, beweging, revalidatie en educatie minstens even belangrijk.
Hartfalen is meestal een chronische aandoening waarvan de toestand kan schommelen. Door patiënten goed op te volgen, kunnen veranderingen sneller worden opgemerkt en kan de behandeling tijdig worden bijgestuurd.
Meer opvolging, ook thuis
Hartfalen vraagt vaak een nauwkeurige opvolging. Gewicht, bloeddruk, hartslag en klachten kunnen belangrijke signalen geven. Patiënten die naar huis mogen na een opname met acuut hartfalen kunnen we opvolgen via telemonitoring. Daarbij kunnen patiënten thuis gegevens doorsturen via een app, zodat het hartfalenteam veranderingen sneller kan opmerken.
Dr. Eva De Caluwé, cardioloog in Sint-Trudo Ziekenhuis, vertelt: “Telemonitoring helpt ons om kwetsbare patiënten met hartfalen van dichtbij op te volgen, ook wanneer ze thuis zijn. Het doel is om sneller in te spelen op veranderingen en het risico op herval en ziekenhuisopnames te verminderen. Zo geven we patiënten meer zekerheid.”
Waarom kennis over vrouwen en hartfalen nodig blijft
Onderzoek toont dat vrouwen met hartfalen in studies en behandelingen historisch minder zichtbaar waren dan mannen. Daardoor is er vandaag nog steeds nood aan meer kennis over hoe hartfalen bij vrouwen ontstaat, hoe het zich presenteert en hoe behandelingen optimaal afgestemd kunnen worden. Het artikel van dr. Eva De Caluwé benadrukt dat genderspecifieke zorg geen detail is, maar een noodzakelijke stap naar betere hartzorg.
Daarom blijven we inzetten op expertise, samenwerking en zorg op maat. Niet elke patiënt met hartfalen heeft dezelfde vorm van de aandoening. Niet elke vrouw met hartfalen heeft dezelfde klachten. En niet elke behandeling werkt voor iedereen op dezelfde manier. Door aandacht te hebben voor die verschillen, kunnen we hartfalen vroeger herkennen, gerichter behandelen en beter opvolgen.
Voor meer informatie of een afspraak rond hartfalen kan je terecht bij de dienst cardiologie op het nummer 011 69 95 90. Of neem een kijkje op de afdelingspagina.