Uitstrijkje
Wat is een uitstrijkje?
Na het plaatsen van een speculum (eendenbek) in de vagina neemt de gynaecoloog met een klein borsteltje cellen af van de baarmoederhals. De baarmoederhals is het onderste deel van de baarmoeder dat uitmondt in de vagina. De afgenomen cellen worden nadien verder onderzocht in het labo. Het onderzoek is niet pijnlijk, maar kan oncomfortabel voelen. Na het onderzoek kan een beetje bloedverlies optreden.
Bevolkingsonderzoek
Het uitstrijkje maakt deel uit van het bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker. Vrouwen tussen 25 en 65 jaar worden aangeraden om regelmatig een uitstrijkje te laten nemen. Het is een belangrijk onderzoek om baarmoederhalskanker tijdig op te sporen. Het onderzoek wordt terugbetaald door het ziekenfonds. Ben je tussen 25 en 29 jaar? Dan laat je best om de drie jaar een uitstrijkje nemen. Vanaf 30 jaar is dit elke 5 jaar.
Waarom wordt het onderzoek uitgevoerd?
Een uitstrijkje helpt om afwijkende cellen vroeg op te sporen, vaak nog vóór je symptomen hebt. Vroege opsporing maakt een behandeling meestal eenvoudiger en succesvoller.
Je arts kan een uitstrijkje voorstellen:
- als preventieve controle
- bij deelname aan het bevolkingsonderzoek
- bij bepaalde symptomen, zoals abnormaal vaginaal bloedverlies
- als opvolging van eerdere afwijkende resultaten
Waar let je best op na het onderzoek?
Neem contact op met je arts als je na het onderzoek:
- aanhoudend bloedverlies hebt
- hevige pijn ervaart
- ongerust bent over je symptomen of resultaat
Je arts of gynaecoloog bespreekt graag wat voor jou de beste opvolging is.
Resultaat
Het labo onderzoekt de cellen onder de microscoop. Je arts ontvangt het resultaat en bespreekt dit met jou.
In onderstaande brochure lees je hier meer over.
Soms is er na een afwijkend uitstrijkje een colposcopie nodig.