Visie op orgaandonatie


Er is een nijpend tekort aan donororganen. De wachtlijst wordt elke dag langer en sommige patiënten halen het niet, omdat we niet op tijd een geschikt orgaan hebben. 

We vragen je graag even stil te staan bij orgaandonatie en jou af te vragen hoe je je zou voelen als jouw kind of geliefde een hart, nier of long nodig heeft. Uit ervaring weten we dat veel mensen troost vinden bij de gedachte dat een stukje van hun geliefde in iemand anders voortleeft. Maar we begrijpen heel goed dat dit een emotionele zaak is en respecteren dan ook ieders standpunt, visie en beslissing. 

De donatie van organen en weefsel na overlijden is geregeld in de wet van 13 juni 1986. Sinds eind 2009 is een nieuwe wet voor weefsel van toepassing, die behalve de geneeskundige toepassing ook het gebruik van weefsel voor wetenschappelijk onderzoek regelt. 

Wie kan donor zijn?

Volgens de Belgische wet wordt iedereen (die in het bevolkingsregister of meer dan zes maanden in het vreemdelingenregister is ingeschreven) na het overlijden als potentiële donor beschouwd, tenzij hij/zij zich hiertegen uitdrukkelijk heeft verzet.

De gaat arts gaat meestal na of iemand geregistreerd is als donor. Is dit niet het geval? Dan wordt er aan de nabestaanden gevraagd hoe de overledene tegenover orgaandonatie stond. Praat er daarom over met je familie, zodat ze je mening kennen. 

Verzet of expliciete toestemming tegen of voor donatie van eigen organen kan worden geregistreerd bij de dienst bevolking op het gemeentehuis.