Reanimatie

Wanneer de ademhaling of hartslag plotseling tot stilstand komt wordt er reanimatie toegepast. Door middel van ingrijpend handelen brengen we deze weer op gang. Snel handelen is van cruciaal belang, want de hersenen kunnen maar kort zonder zuurstof.

Risico's van reanimatie

Het belangrijkste risico van reanimatie is dat het soms wel lukt om het hart weer goed op gang te krijgen, maar dat de hersenen intussen te lang zuurstofgebrek hebben gehad. Schade is een feit als het zuurstoftekort langer dan 6 minuten duurt. Zo een 15 tot 20% van alle mensen overleeft een reanimatie. Hiervan wordt 80% ontslagen uit het ziekenhuis met een positieve gezondheidstoestand. 20% van de overlevenden houdt er hersenschade aan over.

De medische wetenschap maakt steeds meer mogelijk. Dat betekent niet dat elke medische behandelingen nog zinvol is en te allen tijde moet doorgevoerd worden. Dit geldt in het bijzonder voor de zorg bij het levenseinde. Het doel van elk medisch handelen moet altijd het bevorderen van het welzijn van de patiënt zijn en niet het verlengen van het leven op zich.

Onze zorgverleners staan uitgebreid stil bij deze beslissingen rond het al dan niet opstarten of stoppen van levensverlengende behandelingen bij patiënten in deze situatie.

Wil van de patiënt

  • De wensen en de wil van de patiënt komen hierbij op de eerste plaats. De patiënt kan dit soms nog goed zelf uiten. In andere gevallen doet zijn wettelijke vertegenwoordiger dit voor hem.
  • Soms heeft de patiënt zijn wensen al eerder besproken met de huisarts of arts in het woonzorgcentrum en vastgelegd in documenten van voorafgaande zorgplanning, of heeft hij zijn wensen vastgelegd in een voorafgaande wilsverklaring.

Verantwoordelijkheid arts

  • Bij elke behandeling blijft de arts verantwoordelijk en beslist of een bepaalde medische handeling nog zinvol is. Hij houdt hierbij rekening met de huidige stand van de medische wetenschap en de belasting voor de betrokken patiënt.
  • Een arts kan niet verplicht worden om een medisch zinloze behandeling te starten of voort te zetten.
  • In moeilijke beslissingsprocessen houdt het behandelteam uitgebreid overleg met de patiënt of zijn vertegenwoordigers of naasten.

DNR-code

  • De behandelende arts registreert de beslissingen rond de beperking van medische zorgen in het elektronisch patiëntendossier met een DNR-code.
  • DNR staat voor Do Not Reanimate, hoewel deze code over veel meer dan alleen wel of niet reanimeren informeert.
  • Met de DNR-code is het voor alle zorgverleners in het ziekenhuis duidelijk wat nog wenselijk is. De code zorgt ervoor dat iedereen op de hoogte is van de behandelafspraken zodat deze 24 uur op 24 gevolgd kunnen worden.
  • Ongeacht de DNR-code die werd toegekend, streven wij in alle omstandigheden naar een optimaal comfort voor de patiënt (pijnbehandeling, wondzorg enz.).
  • Er bestaan de volgende DNR-codes:
    • Code 0: geen therapiebeperking: er wordt gereanimeerd en alle levensreddende behandelingen worden nog gedaan.
    • Code 1: geen reanimatie
    • Code 2: geen reanimatie + bestaande behandeling niet meer uitbreiden, maar wel nog uitbreiden van comfortzorg
    • Code 3: geen reanimatie + bestaande behandeling afbouwen, maar waar nodig wel nog uitbreiden van comfortzorg

Wie bepaalt de DNR-code en heeft de patiënt inbreng?

  • De behandelende arts registreert in het elektronisch patiëntendossier de DNR-code voor iedere patiënt die hij opneemt, ook als er geen enkele beperking geldt (code 0).
  • Bij de DNR-code vermeldt hij ook met wie de afspraken over de therapiebeperking zijn gemaakt (patiënt, op basis van een wilsverklaring, vertegenwoordiger, huisarts), wanneer en over welke specifieke beperking het gaat.
  • De arts bespreekt dit alles zo veel mogelijk met de patiënt en familie. Het hulpverlenend team stelt gemotiveerd zijn advies omtrent de code van therapiebeperking aan de patiënt en zijn familie voor, maar legt om emotionele en psychologische redenen de verantwoordelijkheid voor deze beslissing nooit op de schouders van de patiënt of zijn familie. Deze beslissing is dus een medische beslissing onder eindverantwoordelijkheid van de arts.

Hoe lang is een DNR-code geldig?

  • Een DNR-code kan tijdens de hospitalisatie ingesteld worden en in het kader van veranderende omstandigheden tijdens de opname kan een code wijzigen (bv. van DNR 1 naar DNR 2 of van DNR 2 naar DNR 1).
  • De DNR-code vervalt automatisch bij ontslag uit het ziekenhuis, naar huis, naar een rustoord of een andere zorginstelling.
  • Wel moet de DNR-beslissing die op het einde van de hospitalisatie aan de orde was, meegedeeld worden aan de nieuwe behandelende arts. Hij evalueert deze DNR-beslissing opnieuw in functie van de medische toestand in de nieuwe omgeving.