Carpaal tunnelsyndroom (plastische heelkunde)
Wat is een carpaal tunnel syndroom?
In de hand en pols lopen verschillende zenuwen die zorgen voor de beweging en het gevoel. Elk van deze zenuwen kan gekneld raken en klachten geven. De meest voorkomende voorbeelden zijn carpaal tunnel syndroom, cubitaal tunnel syndroom en ulnair tunnel syndroom.
Bij een carpaal tunnel syndroom is de medianus zenuw (nervus medianus) gekneld in de carpale tunnel. Deze tunnel bevindt zich aan de voorzijde van de pols en wordt gevormd door de handwortelbeentjes waarover een strak ligament gespannen staat. Samen met de zenuw lopen ook negen pezen doorheen deze tunnel. Wanneer de ruimte in de tunnel afneemt, neemt de druk op de zenuw toe en kunnen klachten ontstaan.
Symptomen
Onderstaande symptomen kunnen zich voordoen:
- Tintelingen en gewijzigd gevoel in de duim, wijsvinger en middenvinger
- Ander gevoel aan beide zijkanten van de ringvinger
- Pijnklachten in de hand die vaak ’s nachts optreden
- Toenemende pijnklachten bij herhalende bewegingen
- Krachtverlies in de duim
In eerste instantie komen en gaan deze symptomen vaak. Maar hoe langer de beklemming duurt, hoe vaker deze symptomen kunnen optreden, tot ze nagenoeg continu aanwezig zijn. Bepaalde bewegingen kunnen de symptomen ook uitlokken of erger maken.
Hoe wordt de diagnose gesteld?
Als er na een uitvoerig onderzoek het vermoeden bestaat dat deze zenuw gekneld zit, kan een onderzoek van de zenuwen (een EMG en/of NCS) helpen om de diagnose te bevestigen. Dit geeft ons een beeld over de ernst van de aandoening.
Hoe verloopt de behandeling?
Er zijn verschillende manieren om een carpaal tunnelsyndroom te behandelen, afhankelijk van hoe ver de klachten gevorderd zijn. Vaak helpt het al om de pols voldoende rust te geven, zodat de ontsteking en zwelling kunnen afnemen. Ontstekingsremmers of een inspuiting met corticosteroïden kunnen dit proces extra ondersteunen.
Omdat bepaalde polsposities de carpale tunnel verder vernauwen, kan een spalk helpen om de pols in een neutrale houding te houden. Dit is vooral in een vroeg stadium een handig hulpmiddel.
Helpen deze maatregelen niet voldoende? Dan kan een operatie nodig zijn. Daarbij wordt het ‘dak’ van de carpale tunnel geopend, zodat de zenuw opnieuw meer bewegingsvrijheid krijgt.
Herstel en nazorg
De tintelingen en nachtelijke pijn verbeteren meestal al binnen de eerste twee weken na een operatie. Als je ook krachtsverlies ervaarde en al lang symptomen had, zal het herstel langer duren.